De koolstofdioxide voetafdruk meten en verkleinen

Opvallende feiten op onze sites

Evolutie van het productie park

Gecombineerde cyclus van Seraing opnieuw op de markt

Ontmanteling van de thermische centrale van Monsin

ISO 50 001: actieplan progress

Eee gigantische batterij op site van Gent-Ham

Rabotwijk aangesloten op het stadsverwarmingsnet van Gent


De uitdagingen

De productie van broeikasgas is mede verantwoordelijk voor de klimaatverandering. Deze verandering heeft zichtbare - en vaak nefaste - gevolgen voor de ecosystemen en de bevolking, ook in België. 

De CO2-voetafdruk van de heele companie meten en verkleinen is ook consistent with being the eerste energiepartner worden in België.

De processen

Als verantwoorde onderneming heeft Luminus vanaf 2011 beslist zijn CO2-voetafdruk te meten, om de belangrijkste onderdelen van die afdruk te identificeren en gerichtere acties te ondernemen om hem te verkleinen, zowel binnen het bedrijf zelf, als bij de klanten en het politiek beleid.

De indicatoren

Energiemix: productie hernieuwbare energie en gascentrales toegenomen door onbeschikbaarheid kerncentrales

In 2018 maakt de productie uit hernieuwbare bronnen 17,7% van het totaal uit. Het aandeel van de gascentrales bedraagt 49,2%, terwijl kernenergie 33,1% van het totaal uitmaakt.

  Netto elektriciteitsopwekking (GWh), exclusief warmte

Bron: Luminus.

In deze en de volgende grafieken werden de aanbevelingen van het GHG-Protocol toegepast. De grafieken bevatten de cijfers over het aandeel van EDF Luminus in de productie van nucleaire energie in België (10,2% van de vier recentste centrales). De productie uit de participatie van Chooz B (100 MW) is in deze cijfers evenwel niet opgenomen.


De productie van hernieuwbare energie is gestegen (+25,3%) in 2018 (+28,2% in twee jaar), voornamelijk dankzij de toename van elektriciteitsproductie uit windenergie (+27,2%).

 

De productie van elektriciteit uit kernenergie is fors gedaald (-43,2%) als gevolg van de onbeschikbaarheid van de Belgische kerncentrales waarin Luminus een aandeel van 10,2% heeft (in totaal waren de vier kerncentrales ongeveer tien maanden onbeschikbaar).

 

De productie van gascentrales bereikte haar hoogste niveau sinds 2011, goed voor een toename van +8,5% ten opzichte van 2017, die te verklaren is door:

- de onbeschikbaarheid van verschillende Belgische kerncentrales

- de heropstart van de gecombineerde cyclus van Seraing, vanaf midden oktober 2018.

Koolstofdioxide-uitstoot van het productiepark omhoog als gevolg van de toegenomen productie uit gascentrales

De directe emissies van de gascentrales van Luminus (met name CO2, stikstofoxide) moeten jaarlijks verplicht worden aangegeven bij de autoriteiten.

Elke overschrijding van de reglementaire limieten moet bovendien meteen worden gemeld en er moeten correctiemaatregelen worden genomen. Deze aangiftes maken het voorwerp uit van interne audits en een jaarlijkse controle door een erkende instantie, wat CO2 betreft.

  CO2-uitstoot

Totaal emissies van het productiepark (kiloton)

Bron: Milieurapporten. Gecontroleerde en gevalideerde cijfers door VBBV (Vlaanderen) en Vincotte (Wallonië).

De directe CO2-uitstoot van de Luminus gascentrales kent een stijging (+7,5%), voornamelijk als gevolg van de hogere productie van thermische oorsprong van de onderneming (+8,5%).

CO2-uitstoot per geproduceerde MWh, inclusief warmte (kilo per MWh)

Bron: Luminus.

De emissies per kilowattuur stegen ook (+ 26,6%), als gevolg van de toename van het aandeel van fosiele opwekking in de totale productie, die 15% gedaald is.


Globale koolstofdioxide voetafdruk: evolutie van de drie GHG scopes

Alle emissies gegenereerd door de activiteiten van Luminus in België bedragen 5 732 kiloton CO2-equivalent in 2018, ofwel een daling van 9% in vergelijking met de emissies van 2017 (6 282 kiloton).

 

De evolutie van de verschillende componenten van de Luminus voetafdruk is uiteenlopend:

  • scope 1 is gestegen (+7,5%) door de toename van de elektriciteitsproductie uit thermische centrales.
  • scope 2 (elektriciteitsverbruik in de gebouwen) is gestegen (+9%) volgens de marktbenadering, en zeer licht gedaald ( -1%) volgens de geografische benadering.
  • scope 3 is gedaald, grotendeels door de daling van de verkoop van elektriciteit aan eindklanten (-9%) en als gevolg daarvan de daling van de emissies gegenereerd door ankoop van elektriciteit voor wederverkoop aan eindklanten (-37%).

 

De emissies uit de eigen elektriciteitsproductie (scope 1) vertegenwoordigen 18% van de totale voetafdruk, in vergelijking met 15% in 2017.

 

De emissies met betrekking tot de verkoop van gas aan eindklanten (scope 3) vertegenwoordigen 57% van de totale voetafdruk, tegenover 55% in 2017, terwijl de de aankoop van elektriciteit voor wederverkoop goed is voor 19% van het totaal.

Scope 1 stijgt parallel met de productie uit gasgestookte centrales

De emissies van scope 1 zijn gestegen (+ 7,5%, tot 1 028 ktCO2e tegenover 956 ktCO2e) wegens de toegenomen productie uit gascentrales in 2018 (zie de hierboven beschreven energiemix).

  Scope 1: Directe emissies gegenereerd door de activiteit van het bedrijf (kt CO2e)

De totale emissies afkomstig van het wagenpark zijn licht gedaald (-4%) door het lagere brandstofverbruik.

De emissies als gevolg van erwarming op gas/stookolie in de lokalen die door het bedrijf worden gebruikt, zijn gedaald met 29% door de afwezigheid van gasverbruik in het nieuwe kantoor in Luik.

Net zoals in 2017 vond er geen uitstoot van SF6 plaats in 2018.

Scope 2 gestegen wegens de energiemix van Luminus, ondanks een daling van het elektriciteitsverbruik

Scope 2 wordt berekend aan de hand van twee verschillende methodes: 

  • volgens de geografische benadering, die rekening houdt met de totale emissiefactor van de elektriciteit die geïnjecteerd wordt in het Belgische net
  • volgens de marktbenadering, die rekening houdt met de energiemix van de leverancier - hier is het die van Luminus, leverancier van alle betrokken gebouwen, waar rekening mee gehouden wordt.
  Scope 2: Indirecte emissies gegenereerd door elektriciteit die wordt verbruikt in gebouwen (ktCO2e)

De emissies van scope 2 zijn zeer licht gedaald (-1%) volgens de berekening van de "geografische benadering" (0,358 ktCO2e in 2018 tegenover 0,362 in 2017), ondanks de toename van de koolstofintensiteit van de Belgische mix (volgens de meest recente cijfers van het IEA (International Energy Agency) bedroeg de gemiddelde emissiefactor van het Belgische net 226 gCO2/MWh in 2017, terwijl de gemiddelde emissiefactor van het voorgaande jaar 197 gCO2/MWh bedroeg).

 

De emissies van scope 2 zijn gestegen (+ 9%) volgens de marktbenadering, als gevolg van de toegenomen koolstofintensiteitscoëfficiënt van Luminus (+ 27%).

Scope 3 afgenomen door de daling van de elektriciteitsaankopen

De totale emissies van scope 3 zijn 12% afgenomen door de aanzienlijke daling van de elektriciteitsaankopen voor wederverkoop aan eindklanten.

  Scope 3: Indirecte emissies van activiteiten die niet opgenomen zijn in scopes 1 en 2 (ktCO2e)

Bron: Climact.

De verkoop van gas, die 57% van de totale voetafdruk vertegenwoordigt, is zeer licht gedaald. De definitieve gegevens bedragen 14 872 GWh voor 2018, tegenover

14.919 GWh voor 2017, of 3 274 ktCO2e als zodanig uitgestoten in 2018.

 

De emissies die verband houden met de elektriciteitsaankopen, die 19% van de totale voetafdruk vertegenwoordigen, bedragen 1 085 ktCO2e voor 2018. Op vergelijkbare basis voor 2018 en 2017* bereikt de daling van deze emissies -37%, voornamelijk als gevolg van de daling van de elektriciteitsverkoop aan eindklanten (-12%) en de toename van de elektriciteitsproductie door de kerncentrale van Tihange 1, waar Luminus een deel van aankoopt. De gekochte elektriciteit had dus een lagere emissiefactor.

 

De gerelateerde emissies aan de bron, uit de aankopen van gas en stookolie zijn zo goed als stabiel (+1%). 

Infrastructuuren en Uitrustingen stijgen met 9%, hoofdzakelijk door de stijging van de afschrijvingen van de kerncentrales, hydro- en windplanten.

 

De emissies met betrekking tot de aankoop van goederen en diensten zijn stabiel.

De stroomopwaartse en afwaarts emissies van de nucleaire brandstof dalen met 43% als gevolg van de afgenomen productie van de vier kerncentrales waarin Luminus een aandeel van 10,2% heeft.

 

*De emissies met betrekking tot de aankoop van elektriciteit voor wederverkoop aan eindklanten werden herberekend voor 2017. Ze bedragen 1713 ktCO2e. In het rapport van 2017 hield het gepubliceerde cijfer geen rekening met de oorsprong van de gekochte elektriciteit (geen onderscheid tussen warmtekrachtkoppeling, verbranding, hernieuwbare of nucleaire bronnen, alle aankopen werden gelijkgesteld aan de Belgische elektriciteitsmix).


Meer weten over...